Over vilt
Wat is vilt?
Een niet geweven stof die ontstaat door het samenpersen van wol met behulp van vocht. Het is het oudste bekende textiel. In de grafheuvels van Pazyrijk in het Altajgebergte (Rusland) zijn vilten gevonden van 500 jaar voor Christus. De Nomaden in dit gebied maakten vloerkleden en tenten, de zogenaamde Yurt of Ger. Een koepelvormige tent met een inschuifbaar frame van stokken. In veel delen van de wereld was en is deze techniek bekend. In de oude tijd was het vilt voornamelijk om de mens tegen de weersinvloeden te beschermen en de behuizing enigszins comfortabel te maken. In Turkije werden veel schaapherdermantels gemaakt en ook vloerkleden. In Scandinavische landen laarzen, jacks en wanten. De viltenhoed is in meer delen van de wereld in gebruik. De vilttechniek werd/ wordt ook gebruikt als een toegevoegde handeling bij bijv. het weven van duffelse stof. Een open wollen weefsel wordt zodanig bewerkt, dat de wol gaat krimpen met het gevolg dat de stof dicht wordt.
Zelf vilt maken.
Veel is er niet voor nodig:
- Goed viltende wol.
- Water.
- Zeep.
- Handdoek.
- Stukje bobbelplastic.
Vilt heeft vele mogelijkheden en nog steeds worden er weer nieuwe toepassingen bedacht.
Werkwijze.
Een bolletje vilten.
Maak een zeepsop. Rol de wol tot een stevig balletje. Duw het even onder het zeepsop en knijp het er weer uit. Door dit bolletje tussen je handen (in het kuiltje) te rollen zie je dat de wolvezels aan elkaar vast gaan zitten en het balletje krimpt. Zo’n vervilt bolletje kan je tot allerlei figuren kneden. Kuikens, kralen, sneeuwpopjes etc. Je kan ook een lapjes vilten. Neem daarvoor een stuk bobbelplastic en leg daar twee laagjes wolvezels op, zodanig dat de eerste laag vezels haaks op de tweede laag ligt. Besprenkel de wol met zeepsop en druk het voorzichtig aan met je hand. Evt. wat extra zeep toevoegen van een blok olijfzeep. (door de handen in te wrijven met olijfzeep). Druk nu met je hand op de wol met een klein beetje wrijving en je zult hetzelfde zien als bij het maken van het bolletje. De wolvezels gaan aan elkaar vast zitten. Daarna rol je het plastic op en rolt het tussen de handen heen en weer. Af en toe even kijken. Ook het lapje af en toe een kwartslag draaien voor een gelijkmatige krimp.